Home
Meditatie

'En ten laatste van allen is Hij ook van mij, als van een ontijdig geborene, gezien.' 1 Cor. 15 : 8

Als we naar een betrekking solliciteren, heeft een getuigschrift van onszelf weinig waarde. Dat moeten wij aan een ander overlaten. Is het dan waar wat Paulus van zichzelf zegt aangaande Christus' verschijning aan hem? Jazeker, want hij wil er de Heere mee groot maken. Hij getuigt, dat hij zelf niets is, en wel met een heel sterke uitdrukking, die de tekst is van onze meditatie. 1 Cor. 15 is het hoofdstuk van de opstanding uit de doden. Paulus zegt: Ik heb het u overgegeven, nadat ik het eerst ontvangen heb. Van wie? Van zijn reisgenoten Marcus of Lucas? Nee, maar door openbaring van Boven.

Niemand kan iets aannemen tenzij het hem van Boven gegeven wordt. Paulus wijst op de zekerheid van het opstandingsfeit. Hij wijst op vele aanschouwers van de opgestane Levensvorst. Van meer dan vijfhonderd broeders op eenmaal, van wie het merendeel nog over is, daarna van Jacobus, daarna van de apostelen. Hij wil zeggen: vraag het ze zelf maar, u kunt op ze aan! En dan: ten laatste ook aan mij. Een late Pasen voor Paulus: En wel aan zo'n grote vijand, een vervolger van de gemeente, blazende (als een wild dier) dreiging en moord tegen de discipelen des Heeren.

Maar het was voor hem: tot hiertoe en niet verder! De Heere legde hem neer op de weg naar Damascus, en hij smeekte: Heere, wat wilt Gij, dat ik doen zal? Zegt U het maar, ik ben aan het einde en weet het niet meer. Hoe zag de Heere hem? Als een ontijdig geborene, een miskraam dus, zonder levensvatbaarheid. Een farizeeër, maar met dodelijke haat vervuld tegen Jezus, een godsdienstig, maar geen godvruchtig mens. En daarom beschouwt hij zich als de minste van de apostelen, die niet waard is een apostel (afgezant) van de Heere genaamd te worden.

Dat heeft hem heel zijn leven pijn gedaan, en daarom zal hij zich nooit vooraan zetten. Lezer(es), zijn we ook al eens achteraan gezet, er uit gezet? Gods volk leert het onderschrijven, velen willen met Jezus beginnen, maar vergeten, dat Hij met óns beginnen moet. Als de Heere in ons leven ingrijpt, vindt Hij ook ons als een ontijdig geborene, een geestelijke mislukkeling. Naar  de wereld wellicht 'geslaagd', maar geestelijk totaal bankroet. Met ons kan het nooit iets worden, onvoldragen vruchten, dood (geestelijk gezien) in misdaden en zonden (Efeze 2). Ezechiël 16: liggende op het vlakke des velds, vertreden in ons bloed.

De Heere kwam voorbij en sprak: leef in uw bloede, ja leef! En ook na ontvangen genade nog dikwijls: ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods? Paulus ontving een doorn in het vlees, opdat hij zich niet zou verheffen. Hij bad driemaal om wegneming van deze verdrukking, maar het antwoord des Heeren luidde: Mijn genade is u genoeg, want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht. Er is verschil tussen de verschijning van Jezus aan de andere apostelen en aan Paulus. Bij de anderen verschijnt de Heere plotseling in hun midden en overtuigt ze van de waarheid van Zijn opstanding, en vervult ze met blijdschap en vrede.

Bij de verschijning aan Paulus bleef de Heere in de hemel. Hij vermaant hem: Saul, Saul. Wat vervolgt gij Mij? Dan wordt hij geconfronteerd met de Heilige en Waarachtige, Die hij zo dodelijk haatte. Wat is dat een ontmoeting geweest! Even staan ze oog in oog: de Vriend en de vijand. Daar heeft die Hemelvriend die ontijdig geborene doorboord met het zwaard des Geestes, hetwelk is Gods Woord. Een vreselijk zien, nietwaar? Eerst wordt Saul lichamelijk blind, en dan ontdekt aan zijn geestelijke blindheid. Hij wist niets meer, maar vroeg: ‘Wie zijt Gij, Heere?’ En kreeg ten antwoord: ‘Ik ben Jezus, Dien gij vervolgt; het is u hard de verzenen tegen de prikkels te slaan’. Gods Wet ontdekte hem, Gods Geest arresteerde hem. Christus arresteerde hem. Hij gaf hem privéles, Saulus moest zoveel schade inhalen, hij was immers een ontijdig geborene, een niet volgroeide vrucht. Maar als de Heere ons leert gaat het grondig en vlug.

We lezen: hij predikte terstond Christus in de synagoge; wat Christus door Zijn Geest doet geboren worden is nooit een miskraam. Ten laatste van allen ook door Paulus gezien, hij beleed het: ik ben de minste van de apostelen, die niet waardig is een apostel genaamd te worden; en later: ik heb overvloediger gearbeid dan zij allen. Is dat geen farizeese opschepperij? Nee, hoor, want hij voegt er in één adem aan toe: doch niet ik, maar de genade Gods, die met mij is. Paulus is wedergeboren door de Heilige Geest, door Gods genade ben ik, dat ik ben. Eerst was het alsmaar werken in zijn leven, toen werd het genade. Daartoe moet het nou met ons allen komen, lezer(es). Gods genade is nooit ijdel (zinloos), nee, altijd doeltreffend, vruchtbaar! Hebben we daar al kennis aan gekregen? Hoe staat het met ons getuigschrift?

Weet u waar dat beschreven staat? In de Catechismus, Zondag 23: tegen al Gods geboden zwaarlijk gezondigd, geen daarvan gehouden, en nog tot alle boosheid geneigd. Het zal zó maar in je getuigschrift staan! Waar de Heere Jezus Zich aan ons openbaart in Zijn Woord en Wet door Zijn Heilige Geest, daar worden we voor Hem een ontijdig geborene, een misgeboorte. Maar daar komt ook de geboorte uit God openbaar, daar sterft al ons werk, doch het Zijne wordt levend, dan moeten we ons zelf beschuldigen, aanklagen: o, dat we zó gezondigd hebben, we kloppen op de heup, maken misbaar.
En toch zegt Paulus: wie zal beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen Gods? Hij wist, dat Christus' genade hem genoeg was.

Och, de Heere moet ons opzoeken, anders zien we nooit naar Hem om, hoor, gaan we door. Hij moet ons verzet breken, ons de wapens uit de handen slaan, anders worden we met de dag harder en kouder. Och, lezer(es), wij zijn allen misgeboorten zonder levensvatbaarheid, van zo één is niets meer te verwachten, zo'n onvoldragen vrucht draagt geen naam. Maar wat uit God geboren is, is nooit een miskraam, hoor, nee, die in Christus mag zijn, is een nieuwschepsel, het oude is voorbij gegaan, zie, het is alles nieuw geworden! 'Het hart vernieuwd, het verstand verlicht, de wil omgebogen, de hartstochten geregeld' (ds. Hellenbroek).

Mag ik vragen, lezer(es), bent u overal voor afgekeurd? Allemaal onvoldoendes op uw rapport, de naam van een mens nauwelijks meer waard, één grote mislukkeling? Och, wat nu bij de mensen onmogelijk is, is mogelijk bij de Heere. De dood in Adam, het leven in Christus. Vraag er maar veel om, smeek er maar om, houd maar bij de Heere aan! Een late Pasen voor Paulus, zou dat voor u ook nog kunnen worden, lezer(es)? Het zal uit genade zijn, zonder enig recht of aanspraak aan onze kant, alles bij en door ons verbeurd en verzondigd. Door U, door U alleen om het eeuwig welbehagen, dat in de eeuwigheid begonnen is. Om ontijdig geborenen, zoals wij van nature zijn te trekken uit de ruisende kuil en het modderig slijk, en hun voetstappen te stellen op die Rotssteen, Wiens werk volkomen is: Jezus Christus. De eeuwige dood te moeten sterven, geen levensvatbaarheid door de vreselijke val in Adam.

Het zij veel onze bede: geef nog eens leven aan de ziel, Heere! Dan kan het nog een late Pasen worden, en toch nog een goede, en straks een eeuwig Paasfeest, na volbrachte strijd op deze aarde. Door de Koning te mogen zien in Zijn schoonheid, een nieuwe naam te ontvangen. Van een Jacob een Israël te mogen worden. Pniël, Aangezicht Gods, Hem te zien gelijk Hij is, Hem in gerechtigheid te aanschouwen, verzadigd met Zijn Goddelijk Beeld.

 

wijlen  ds. W. van Hennekeler.